Transplantatietoerisme

0
1744

Don’t understand Dutch? You can try to read this article anyway (and probably fail…) OR you can read an updated English version here

travel for transplantation that involves organ trafficking and/or transplant commercialism or if the resources (organs, professionals and transplant centers) devoted to providing transplants to patients from outside a country undermine the country’s ability to provide transplant services for its own population.”
– Definitie van de Verklaring van Istanbul op orgaanhandel en transplantatietoerisme.

Wereldwijd is er nog altijd een enorm tekort aan orgaandonoren. Op 1 januari stonden er in Nederland 1.146 mensen op de wachtlijst voor een orgaan, iets minder dan een jaar eerder. Jaarlijks overlijden er 150 mensen, omdat ze te lang op een orgaan moesten wachten. Een orgaan moet vrijwillig gedoneerd worden: kopen of verkopen is over de gehele wereld volgens de wet verboden, met Iran als uitzondering. Toch zijn er landen waar de wachtlijst wel heel kort zijn, dit omdat er meestal hele handelscircuits bestaan met tussenhandelaren. Dit is dus illegaal, maar in sommige landen wel een stuk normaler dan hier, zoals bijvoorbeeld India, Pakistan en China. Meestal zijn deze donoren niet geheel vrijwillig; zij worden gedwongen om te ‘geven’, ze verkopen hun organen om schulden af te betalen of omdat ze erg arm zijn. Het meest gebruikelijke orgaan wat verhandelt wordt is de nier; men heeft er twee, maar kan prima leven met één. De orgaanhandel is een lucratieve markt, misschien juist wel omdat het verboden is. Als je iets verbiedt, gaat de prijs omhoog. En omdat het belang letterlijk van levensbelang is, zijn mensen ook bereidt de wetten te overtreden.

Toch is orgaanhandel niet perse een ver van je bed-show, dan je op het eerste moment zou denken. Uit een internationaal onderzoek van onder andere Erasmus MC blijkt, dat bijna 100 van de 241 ondervraagde zorgverleners in Nederland aangeven zeker te weten of sterke vermoedens hebben dat de patiënten die ze behandelen in het buitenland een nier hebben gekocht. Onder hen zijn transplantatiechirurgen, nierartsen, verpleegkundigen en maatschappelijke werkers die hebben meegemaakt dat de patiënten opeens in het ziekenhuis verschijnen met een nier. Meestal doen ze vaag over waar de nier vandaan komt of soms geven ze ook toe dat ze voor het orgaan hebben betaald. Hoewel de zorgverleners aangeven dat de meerderheid van de patiënten buiten de EU reisde voor een transplantatie, zeggen 17 zorgverleners dat ze tussen 2008 en 2013 patiënten hebben behandeld waarvan ze het vermoeden hebben dat ze de organen in Nederland zelf hebben gekocht. Echter is het door het beroepsgeheim van de artsen niet mogelijk om hier melding van te maken.

Ook zijn zeven Nederlanders geïnterviewd in ditzelfde onderzoek, die de grenzen over staken om daar een orgaantransplantie te ondergaan. Dit hoeft in beginsel natuurlijk helemaal niet illegaal te zijn, zij kunnen goed in een ander land een transplantatie ondergaan omdat daar een familielid woont die zijn orgaan ter beschikking stelt. Het wordt namelijk pas illegaal wanneer hiervoor betaald wordt; en dat is natuurlijk iets wat ook de donor zelf niet snel zal toegeven. (Het is lastig om diegene zijn nieren te proeven hi ha ho) Twee mannen uit het onderzoek gaven toe dat ze voor de donor hadden betaald.

Hoe gaat dit dan in zijn werk? De geïnterviewde gaven aan niks te weten over een tussenhandelaar of dat de kennissen rechtstreekse contacten had met de donor; alles werd bemiddeld via het ziekenhuis. Met uitzondering van één persoon, nam niemand zijn ziekenhuis gegevens van Nederland mee of vroegen ze hun arts om advies. De bedragen die ze voor de transplantatie betaalden, verschilden per geval en per land (€6.000 – €25.000) en bij sommigen was het mogelijk om over de prijs te onderhandelen. In een geval in China was het ook mogelijk om een keuze te maken in welk ‘nier type’ ze wouden: hoe beter de match, hoe hoger de prijs. Sommige gaven aan direct aan het ziekenhuis te betalen en bij anderen is het onduidelijk waar hun betalingen nu precies naar toe gingen. De duur van hun ziekenhuis bezoek was ook variërend: de ene een week de andere anderhalve maand. Ook waren er veel complicaties met de medicijnen: ze waren erg duur, ook waren er veel nepmedicijnen op de markt en was er een tekort aan. Ook waren ze daar niet de enige; ze kwamen ook nog andere buitenlandse toeristen tegen, waaronder in totaal nog drie andere Nederlanders. Al met al lijken het reisjes te zijn die niet helemaal pluis zijn.

Men is wereldwijd bezig de problemen rond orgaanhandel tegen te gaan en in kaart te brengen; het brengt namelijk ook andere problemen met zich mee zoals mensenhandel, ontvoering en moord. De Wereldgezondheidsorganisatie veronderstelt dat 5 tot 10 procent van de orgaantransplantaties tot stand komt via illegale transacties. Toch is op de vraag wat nu precies de oorzaak is toch het antwoord niet perse de illegale tussenhandelaren. Zij spelen namelijk in op de onderliggende oorzaak dat er wereldwijd veel te weinig vrijwillige donoren zijn. De gemiddelde wachttijd op een geschikte nier is op dit moment vier jaar. Het tekort zou kunnen worden opgelost door een vergoeding voor een donor toe te staan, waarvoor een aanpassing op de wet noodzakelijk is. Daarom pleiten bio-ethici ook voor een gereguleerd systeem via de overheid. Een systeem van betaalde orgaandonatie via een gereguleerd protocol ontmoedigt de zwarte markt waar zoveel misstanden zijn. Het moet een systeem zijn waarin donoren uitgebreid voorgelicht worden, een veilige operatie ondergaan en goede nazorg krijgen. Een systeem, ook, waarin mensen zichzelf aanmelden als donor en niet benaderd worden door de patiënt of vertegenwoordigers daarvan. Daarmee ondervang je de medische risico’s en voorkom je dat mensen uitgebuit of actief geworven worden. En omdat de overheid de nieren zelf koopt heeft iedere patiënt, arm of rijk, evenveel kans op een transplantatie. Het verbod op ‘verkoop van je lichaam’ is een maatschappelijk taboe. Maar hoort het niet in hetzelfde rijtje thuis als een prostituee, een professioneel bokser die kans op hersenschade loopt of een militair die op uitzending gaat, zoals bijvoorbeeld wanneer ze naar Uruzgan moesten, duizenden euro’s kregen als ze tekenden.

Maar het mes snijdt aan twee kanten. Het grootste tegenargument is dat je arme mensen niet uit radeloosheid moet dwingen om hun nier af te staan. Wanneer ze de in acute geldnood zitten ineens een uitweg zien, zonder de consequenties goed in te schatten. Om dit te vermijden bestaan er ideeën waarin het geld gespreid wordt uitgekeerd, via de belasting wordt afgerekend of een levenslange gratis ziektekostenverzering; allemaal manieren om het minder aantrekkelijk te maken om uit nood je organen te koop te zetten. Uit een proefschrift van Leonieke Kranenburg uit 2007 blijkt dat de helft tegen is. Je kunt ook gespreid gaan betalen, zodat de donor niet ineens tienduizenden euro’s op z’n rekening heeft. Of je rekent af via de belasting of een levenslange gratis ziektekostenverzekering. Allemaal manieren om het minder aantrekkelijk te maken om uit acute nood je organen te koop te zetten.

Uit een proefschrift van Leonieke Kranenburg uit 2007 blijkt dat de helft tegen een vergoeding is. De rest is verdeeld: een kwart weet het niet en een kwart vindt het een goed idee. Van de respondenten zou 5 procent in overweging nemen een nier tegen vergoeding te doneren. Een halve procent zei dat ‘zeer waarschijnlijk’ te gaan doen. Ze hadden de keuze uit twee vergoedingen: 25.000 euro of gratis ziektekostenverzekering voor de rest van je leven, waarvan de laatste de meest gekozen optie is. Kennelijk vinden we het prettig en eerlijk om niet in geld te worden beloond.

Toch lijkt zo’n gereguleerd systeem nog ver weg. Een optie die misschien makkelijker te halen is, is een systeem welke gehanteerd wordt in Spanje, Oostenrijk, België, Frankrijk, Italië en Zweden. In Nederland kennen we een zogeheten nee-tenzij donorsysteem, in de bovengenoemde landen is dit een ja-tenzij systeem. Dit houdt in dat er uitgegaan wordt dat donor zijn de norm is. Men moet zelf actie ondernemen als dat je geen donor wilt zijn, waarin je in Nederland juist actief moet aanmelden. Met als gevolg dat de meerderheid van de bevolking niet staat geregistreerd in het donorregister. Zachte heelmeesters maken soms stinkende wonden, zullen we maar zeggen.

D66 diende in 2012 een voorstel in om de huidige Wet op orgaandonatie te wijzigen in een ADR-systeem (Actief Donorregristatie-systeem). Dit houdt in dat alle niet-geregistreerden in Nederland van 18 jaar en ouder de vraag krijgen om zich alsnog te registreren. Mensen die na meerdere verzoeken niet binnen een bepaalde tijd reageren, worden daarna automatisch als donor geregistreerd. Deze registratie kan, net als nu, op elk moment gewijzigd worden.
In februari 2016 werd het wetsvoorstel besproken in de Tweede Kamer en in latere bijeenkomsten wordt over het wetsvoorstel gestemd, waar deze met een meerderheid voor door zowel de Tweede als de Eerste kamer moet.

Toch doet de overheid op dit moment ook al veel aan promotie om donor te worden, naast veel reclamespots en adverteren zijn er de donorweken en kreeg je verschillende brieven hierover thuisgestuurd: als je 18 wordt of wanneer je weer opnieuw in Nederland bent gaan wonen. Ook is het erg gemakkelijk en eenvoudig; met je DigiD geef je heel gemakkelijk aan wat je eigen, vrijwillige keuze is wat men met je organen mag doen na overlijden. Een mensenleven redden was nog nooit zo makkelijk van achter je computer.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.