Toerisme wordt vaak gezien als de heilige graal voor de economie van een stad, kustplaats of regio. Er wordt door overheden (vaak in samenwerking met bedrijven) veel geld gestoken in toeristische trekpleisters. Deze investeringen verdienen zich meestal makkelijk terug door een toename van relatief rijke bezoekers binnen het gebied. Ook heeft toerisme vaak een zelfversterkend effect. Zodra er eenmaal een gestage stroom mensen op reis gaat naar een bepaald gebied, komt het in allerlei informatieboekjes terecht en komt het zo onder de aandacht van nog meer mensen. Die willen daar dan vaak ook heen omdat ze daar goede dingen over horen en lezen. Een vermelding in de veelgebruikte reisgids ‘Lonely Planet’ is goud waard voor een gebied dat toerisme wil bevorderen. Ook zorgt toerisme voor een impuls in werkgelegenheid. Denk aan de vele restaurants, hotels en musea die drukbezocht worden door die toeristen. Het zorgt over het algemeen voor levendige en bruisende gebieden.

Toch zijn er ook negatieve effecten van toerisme op de bevolking en omgeving van een gebied. Negatieve gevolgen zijn er vooral voor de ‘gewone’ bevolking daarvan. Denk hierbij aan mensen die in die gebieden wonen en zelf niet hun geld verdienen in de toeristische sector. Hun omgeving, waar ze vaak geboren en getogen zijn, heeft voor hen haar charme en authenticiteit in de loop der tijd verloren door massatoerisme. De belangen van de inwoners worden vaak ondergeschikt gesteld aan de belangen van de toeristen, aangezien die toeristen vaak veel geld in het laatje brengen voor de bedrijven in het gebied.
Eén van de meest bekende voorbeelden hiervan is Venetië. Deze in een lagune gelegen stad kenmerkt zich door de vele kanalen en de imposante Italiaanse architectuur. De eeuwenoude bruggen, kerken en nauwe straatjes geven je het gevoel alsof je terug in de tijd reist. Auto’s en andere vernieuwingen zijn grotendeels buiten de stad gehouden. In plaats daarvan verplaatst men zich vaak via gondels.

Een geweldige stad dus, waar men graag op vakantie zou willen gaan. Helaas hebben in de loop der tijd iets te veel mensen dit in de gaten gekregen. Volgens velen Venetianen is de stad verpest. Er ontplooit zich volgens de inwoners een tragedie waarbij de stad verandert in een soort pretpark waarbij de bezoekers van attractie naar attractie trekken. Sommige wijken zijn daardoor ook nagenoeg onleefbaar geworden. Het is er te druk om daar normaal te kunnen leven. Een ander groot probleem is dat het prijspeil door het massatoerisme absurd hoog is: Iedereen kent wel het campingwinkeltje waar je drie euro betaalt voor een fles Coca-Cola. Schoorvoetend wordt dat dan betaald, het is nou eenmaal vakantie. Veel minder leuk is het als je door het hele jaar heen die prijs voor een fles Cola moet betalen.

Al deze factoren dragen bij aan een stad die aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog had Venetië nog 175.000 inwoners. Dit zijn er tegenwoordig minder dan 60.000. Oplossingen voor de teloorgang van het ‘echte’ Venetië lijken er helaas niet te zijn.

Iets dichterbij en iets minder ver heen: Amsterdam. Onze hoofdstad kenmerkt zich voor het buitenland als een soort Sodom & Gomorrah, waar alles kan, mag en ook gedaan wordt. Een grote trekpleister voor Amsterdam is het gebied ‘De Wallen’. Dit deel van de binnenstad staat bekend om haar grote hoeveel prostituees en coffeeshops. De aanwezigheid hiervan draagt ook weer bij aan de aanwezigheid van andere minder legale zaken. Het idee dat Amsterdam een soort drugsparadijs is zit er wel ingebakken bij bepaalde groepen toeristen. Dat kan voor veel inwoners als een last worden ervaren. Amsterdam heeft natuurlijk ook kenmerken die het daglicht wat beter kunnen verdragen. Het vernieuwde Rijksmuseum en het Paleis op de Dam zijn voorbeelden van grote trekpleisters voor een andere soort toerist. Zo is er voor iedere bezoeker wat wils in Mokum.

Carcasonne Cité, de grootst bewaarde vestingstad uit de Middeleeuwen, werd in de 13e eeuw gebouwd ter verdediging tegen de koning van Aragon, een Spaans koninkrijk. Dit zie je niet zo goed terug op de landkaart, aangezien deze stad ruim honderd kilometer ten noorden van de huidige grens van Frankrijk en Spanje ligt. Destijds was diezelfde koning druk bezig met het veroveren van de kilometers tussen Carcasonne en de Pyreneeën. Hedendaags is de verdediging van het gebied Languedoc toch wat minder van belang.

In plaats van de troepen soldaten, trekken er tegenwoordig hele colonnes toeristen naar Carcasonne. De Cité (de oude vesting) is de op twee na grootste toeristische trekpleister van Frankrijk. In 2012 kwamen er 2,1 miljoen bezoekers op af. Het staat sinds 1997 op de werelderfgoedlijst van Unesco en wordt gezien als het mooiste voorbeeld van een middeleeuwse stad in Europa.

De Cité trekt dus vele bezoekers aan, waaronder ook yours truly. Vanaf de A61 kan je de ommuurde stad al zien liggen. Nadat je door verkeersregelaars op één van de vele parkeerplaatsen rond de Cité wordt geleid, loop je via de hoofdpoort de vesting binnen. Al vanaf het begin merk je, je bent niet de enige die bedacht heeft om erheen te gaan. Hele hordes toeristen drommen met je mee, richting één van de talrijke restaurantjes en souvernirshops. Iets drukker dan van tevoren gedacht dus. We sloegen een iets minder populair paadje in langs de muren van de vesting. Hier heb je, vanaf de heuvel waar de Cité op is gebouwd, een prachtig uitzicht over het voor de rest redelijk platte gebied. Tijd om lekker wat fotootjes te schieten en te zoeken naar beschut gelegen deuren en poorten die toegang geven tot steegjes en paden binnen gebouwen. Soms lijkt het daarbij ook alsof je de eerste bent die sinds eeuwen de paden bewandelt. Daarna doken wij het drukkere binnenste gedeelte van de Cité in, dat zeer teleurstelde. De huizen waarin vroeger mensen woonden zijn nu vooral in trek bij eigenaren van restaurants en souvenirshops. Ik kan me niet voorstellen dat er nog mensen wonen in de gigantisch drukke vestingstad, wat toch erg jammer is. Op vakantie gaan is vaak toch het leukst als je het leven en de sfeer van dat gebied echt meemaakt. Ga dus vooral van de gebaande paden als je toch weer de toerist moet uithangen. Je hebt een leukere vakantie, en je laat de arme mensen van Venetië ook nog eens met rust.