Één keer in de zoveel tijd publiceert Girugten essays, papers en andere opdrachten die gemaakt zijn door studenten uit verschillende jaarlagen voor verschillende vakken. Deze publicaties kunnen door jou worden gebruikt als inspiratie voor het maken van dezelfde opdracht of bijvoorbeeld voor het bedenken van een onderwerp voor je scriptie. Één ding hebben de artikelen met elkaar gemeen: het zijn de door de docent als beste of leukst bestempelde artikelen. Wil jij jouw artikel terugzien op de Girugten website? Dan weet je wat je te doen staat!

Ditmaal publiceren wij een blog die is geschreven voor het vak Coalition Planning. Coalition Planning is een vak dat helpt inzicht te verkrijgen over het maken van bewuste keuzes in het schakelen en het overbruggen tussen verschillende coalities. Deze coalities hebben allemaal bijbehorende rollen en benaderingen om de bestaande instellingen en nieuwe netwerken te versterken. Het vak richt zich op de belangen van de partijen die betrokken zijn. Hiermee probeert men voor alle partijen een bevredigende oplossing te vinden.

De opdracht voor Coalition Planning was om een blog te schrijven over hoe jij aankijkt tegen zelforganisatie en de netwerkmaatschappij. De opdracht van Koen Bandsma was goed beoordeeld en daarom lichten wij deze uit op onze website!

G1000; ideeëngenerator of dictatuur van de sprekende minderheid?

Een paar dagen geleden kreeg ik een brief waarin stond dat ik was ingeloot om te mogen deelnemen aan de G1000 Burgertop. De bedoeling van dit initiatief is dat op 6 juni 2015, duizend inwoners van de stad Groningen (‘Stadjers’) bij elkaar komen om te praten over de toekomst van de ‘Stad’. De burgertop is georganiseerd door vrijwilligers en staat los van politiek gekonkel dat plaatsvindt op de Grote Markt. Voornaamste doel van de beweging is te komen tot een agenda die de toekomst van de stad Groningen aangeeft: burgers bepalen zelf hoe deze toekomst eruit zou moeten zien. De G1000 is een beweging die zijn oorsprong vond in Brussel, maar inmiddels op verschillende locaties in de wereld en Nederland navolging heeft gekregen (Amersfoort bijvoorbeeld).

G1000; passend in een breder kader?
De G1000 Burgertop past in de overgang van de klassieke verzorgingsstaat naar een samenleving waarin de primaire verantwoordelijkheid voor het leven van burgers en de fysieke leefomgeving, bij diezelfde burgers ligt (De Haan, 2014). Mooie termen als de ‘doe-democratie’, ‘de participatiesamenleving’ en ‘actief burgerschap’, worden door de aanhangers van deze overgang meegegeven ter framing van de situatie: de burger moet (weer) zelf verantwoordelijk worden voor zijn of haar (sociale en fysieke) omgeving en de overheid zou een meer faciliterende rol moeten krijgen. Het idee heeft zich in de geesten van de aanhangers genesteld dat de overheid problemen niet meer alleen zou kunnen oplossen (zie bijv. De Roo & Voogd, 2013). Netwerken spelen in deze ontwikkeling een cruciale rol: via deze netwerken worden initiatieven bedacht en uitgevoerd om de in het netwerk ervaren problemen op te lossen. Dit zou op basis van transparantie, gelijkwaardigheid, een gedeeld besef van urgentie en verantwoordelijkheid moeten plaatsvinden (Boelens, 2010). Door de toenemende complexiteit van de samenleving, zou de traditionele top-down benadering van de overheid, gekenmerkt door een grote rol van ‘het recht’, niet langer in staat zijn om de in de samenleving bestaande problemen voldoende bevredigend op te lossen (Wagenaar, 2010).

Hier wordt het standpunt ingenomen dat de positie die ‘het recht’ en ‘de overheid’ (geen monolithische eenheden, maar complexe organisaties) innemen in deze situatie, de mogelijke kracht van deze initiatieven doet verminderen. Echter, anderzijds zijn zij noodzakelijk om bepaalde belangen te waarborgen en de potentiële gevaren van dergelijke netwerken te verminderen. Het recht, de overheid en de ´doe-democratie´ zijn dan ook als complementair te beschouwen, hieronder zal dit standpunt nader worden toegelicht.

De voordelen van netwerken
Netwerken als de G1000 hebben een grote potentiële kracht: ze genereren nieuwe, innovatieve ideeën en zorgen voor (nieuwe) relaties tussen burgers (en andere stakeholders) in de stad, dorp of wijk, vaak rondom een door deze burgers zelf ervaren probleem (Wagenaar, 2010). De positie van het recht vermindert echter de innovatieve kracht van dergelijke netwerken. Veelal zal voor de realisering van mogelijke oplossingen voor de ervaren problemen, toestemming nodig zijn van de overheid op grond van wetgeving (bijvoorbeeld op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) of omdat het netwerk een oplossing op grond van de overheid wil realiseren of gebruik wil maken van faciliteiten van die overheid (subsidie of expertise). Ten tweede beïnvloedt de overheid de ideeën uit deze coalities, door voorwaarden te verbinden aan de realisering van deze initiatieven (in het kader van de vergunning of toestemming). Daarnaast kent het recht allerlei besluittermijnen en mogelijkheden tot bezwaar en beroep (bij vergunningen) welke ervoor zorgen dat er vertraging optreedt in de realisering van de ideeën. Als laatste wordt hier gewezen op de situatie dat de overheid de middelen die individuele burgers hebben om dergelijke oplossingen te realiseren beperkt (door bijvoorbeeld belasting te heffen).

Een keerzijde?
Diezelfde overheid is ook noodzakelijk en wenselijk: allereerst omdat de oplossingen die vanuit een heterogeen netwerk als de G1000 worden voortgebracht eenzijdige oplossingen betreffen: zij is tot stand gekomen in het netwerk en reflecteert primair het perspectief van de leden van het netwerk. Zij behoeft echter niet overeen te komen met de door de niet-deelnemende burgers gewenste oplossing. De participatie in netwerken is volgens Nienhuis et al (2011) voorbehouden aan bepaalde groepen burgers (bijvoorbeeld: zij die al actief in de buurt zijn), waardoor andere groepen burgers relatief minder invloed genieten. Hierdoor zou ‘een dictatuur van de sprekende minderheid’ kunnen ontstaan, waarin de deelnemende burgers haar ideeën opdringen, ten koste van de niet-deelnemende burgers. Het recht en de overheid helpen dit (gedeeltelijk) te voorkomen, door mogelijkheden van bezwaar en beroep tegen vergunningen voor dergelijke initiatieven of inspraak (via de politiek). Juridische besluitvorming door de overheid garandeert tevens dat ook andere belangen worden meegenomen bij de oplossing van problemen, doordat binnen de overheid in toenemende mate geïntegreerd en gebiedsspecifiek beleid wordt gevoerd (De Roo, 2010). Een ander positief punt aan dergelijke besluitvorming is dat het recht een zeker beschermingsniveau waarborgt voor andere burgers: het bevat bepaalde grenzen die (in theorie) een zeker niveau aan kwaliteit van de omgeving waarborgen (geluidsniveau, milieukwaliteit). Een laatste reden is dat het recht ook zelforganisatie mogelijk maakt, doordat juridische constructies worden gebruikt om middelen en steun te verwerven (Ambi-stichtingen, subsidie aan verenigingen). Zo wordt diezelfde G1000 door de overheid zelf actief gepromoot en gefinancierd (Rijksoverheid 2014).

De tijd zal het leren?
Samenvattend, de G1000 is een beweging die het ontstaan van netwerken rondom door bepaalde burgers ervaren problemen stimuleert en ervan uitgaat dat burgers zelf weten wat goed is voor ‘de Stad’. De G1000 past hiermee bij in de maatschappij bestaande ontwikkelingen naar de participatiesamenleving en de ‘doe-democratie’ en de verschuivende rol van de overheid: van een verzorgende naar een faciliterende rol. Hier is de ambigue rol van het recht benadrukt: enerzijds remt zij de grote potentiële kracht die dergelijke initiatieven hebben af, maar ondersteunt zij dergelijke initiatieven ook en voorkomt het ontstaan van een ‘dictatuur van de sprekende minderheid’, waarbij ‘actieve burgers’ de politieke agenda bepalen en de niet actieve minderheid beperkt invloed heeft op de gekozen oplossingen. Het recht is in deze ontwikkeling derhalve een noodzakelijk en nuttig instrument, evenals de G1000 dat ook kan zijn. Of de modale Stadjer geïnteresseerd is en verantwoordelijkheid wil nemen voor de toekomst van ‘onze’ stad; de tijd zal het leren!

Uiteindelijk was het op zes juni zo ver: om tien uur begon de dag voor de dromers, cynici, ondernemers en politici die op dit evenement waren afgekomen. In groepjes van vijf werd eerst nagedacht werd over hoe Groningen eruit zou moeten zien en vervolgens in groepjes van tien is bedacht hoe dit bereikt zou kunnen worden. Uiteindelijk is ‘de Agenda van Groningen’ opgesteld: tien initiatieven zijn door de deelnemers uitgekozen om te worden gerealiseerd. Deze initiatieven variëren van een fontein op een marktplein, het ontwikkelen van een ‘ontmoetings-app’ tot een onderzoek naar het invoeren van een basisinkomen. Waar de idealistische inwoners echter aan voorbij gingen is het feit dat voor het realiseren van een fontein of een basisinkomen dezelfde gemeente nodig is. Deelnemers konden zich verbinden aan één initiatief: deze geïnteresseerden zouden door de organisatie met elkaar in contact worden gebracht. Het is vervolgens de bedoeling dat die geïnteresseerden zelf met het initiatief bezig gaan en dit verder ontwikkelen, in het begin met steun vanuit de organisatie van de Groninger G1000. Daarnaast zouden terugkomdagen georganiseerd worden. Anderhalve maand later en met een gedaald enthousiasme voor deze ‘Agenda’, heb ik hier nooit meer iets van gehoord. Jammer.

 

Gebruikte bronnen:

Boelens L. (2010). ‘Theorizing and practice and practising theory: outlines for an actor relational-approach in planning’. Plannning Theory, 9(1), p. 28-62.
De Roo G. (2001). ‘ Environmental Planning in the Netherlands: Too Good to be True’. Farnham: Ashgate Publishing.

De Roo G. & Voogd H. (2013). ‘Abstracties van Planning’.Eelderwolde: In Planning.

Haan I. (2014). ‘Kritiek op de doe-democratie’. Beleid en Maatschappij 2014 (41) 3, p. 268-273.

Nienhuis I., Dijk T. van & Roo G. de. (2011). ‘Let’s Collaborate! But Who’s Really
Collaborating? Individual Interests as a Leitmotiv f or Urban Renewal and Regeneration Strategies, Planning’. Theory & Practice, 12:1, p. 95-109.

Rijksoverheid. (2015). ‘Plasterk steunt G1000-burgertoppen’. Geraadpleegd op 25 april 2015 via: http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2015/02/26/plasterk-steunt-g1000-burgertoppen.html.

Wagenaar H. (2007). ‘Governance, Complexity, and Democratic Participation: How Citizens and Public Officials Harness the Complexities of Neighborhood Decline’. The American Review of Public Administration, 37(1), p. 1 17-50.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.