Centraal-Azië is voor de meesten van ons een regio waarover maar weinig bekend is. Zelfs veel geografen vinden het moeilijk de ‘Stans’ op de kaart aan te wijzen. Laat staan dat we er op vakantie naartoe gaan. Maar, waarom eigenlijk niet? Wie googlet op foto’s van exotisch klinkende oorden als Kirgizië, Kazachstan en Oezbekistan krijgt onvermijdelijk ruige berglandschappen, blauwbetegelde moskeeën uit de tijd van de Zijderoute en ronde  nomadententen bij helderblauwe meren te zien. Dat zijn toch zaken waar menig reizigershart sneller van gaat kloppen? Afgelopen juli nam ik de proef op de som en trok ik samen met drie andere geografen rond door Kirgizië, Oezbekistan en Kazachstan.

NB: De onderstaande kaart geeft een overzicht van de afgelegde reisroute door Centraal-Azië, mocht je tijdens het lezen de draad kwijtraken.

centralasia-hd-map
In drie weken hebben we de hierboven afgebeelde route afgelegd, per taxi en trein. Bron basiskaart / source map: Daniel Feher; http://www.freeworldmaps.net/asia/central/physical.html)

Na een fijne tweedaagse overstap in Moskou landde het vliegtuig na vier uur op de luchthaven van Bishkek. Letterlijk een vlucht naar the middle of nowhere; naast het feit dat Kirgizië met recht onder dat begrip mag worden gerekend, ligt de sterk verouderde luchthaven in een desolate vlakte waar enkele grauwe fabriekspijpen het uitzicht bepalen. Waar zijn we beland? Dat is een vraag die we onszelf de daaropvolgende vier weken nog vaak gesteld hebben.

Marktkoopman op de bazaar in Bishkek, Kirgizië

Bishkek is de hoofdstad van een land dat tegen wil en dank in 1991 onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie. Een lelijke, vervallen stad waar weinig te beleven is. Vriendelijke mensen, dat valt wel op. Ook zijn met enige moeite de ruige pieken van het Tienshangebergte te zien vanuit de stad. Maar pas nadat we de stad uit werden gereden door onze chauffeur Max, die ons  in 5 dagen naar de zuidelijke stad Osh zou brengen, kregen we te zien wat Kirgizië zo ontzettend bijzonder maakt: overweldigende groene berglandschappen met een nog bestaande nomadencultuur. Tijdens de lunch bij locals thuis werden we volgestopt met brood, groente, laghman (Centraal-Aziatische noedelsoep) en thee. Vriendelijkheid alom, maar het was toch wel even wennen toen er een sanitaire stop moest worden gemaakt: we moesten het doen met een gapend stinkend gat in de grond. De rest van de reis door de Kirgizische bergen hebben we weinig anders gezien, en ook de wegen zijn een uitdaging. Honderd kilometer rijden neemt hier gerust vier uur in beslag en erg comfortabel zijn al die grindpaden vol kuilen door vorstschade ook niet bepaald. Wederom vragen we ons af waar we beland zijn.

De nacht brachten we door in een grauw appartementencomplex in Naryn, door het overschot aan troosteloze vervallen Sovjetflats de meest lelijke stad die ik ooit heb mogen aanschouwen. Maar zo lelijk als de stad is, zo mooi is het daarbuiten; na het oversteken van een bergpas kregen we langzaamaan zicht op de ruige witte bergketens (à 5500 meter) die Kirgizië scheiden van China. Daar, midden tussen die ruige bergen, ligt onze bestemming Tash Rabat. Dit is een stenen karavanserai (een overnachtingsplaats voor handelaren die over de Zijderoute reisden) waar enkele yurt-kampen omheen zijn geplaatst. Yurts zijn de traditionele tenten waarin de nomaden tijdens de zomer wonen. Ook wij hebben mogen ervaren hoe het is om wakker te worden in een yurt terwijl de yaks en schapen rustig lopen te grazen, de paarden hinneken en de zon na een koude nacht het landschap weer die prachtige groene kleur geeft. Priceless!

Het meer van Song Kul, omringd door groepjes yurts en hoge bergpieken
Het meer van Song Kul in Kirgizië wordt omringd door groepjes yurts en hoge bergpieken.

Dezelfde omschrijving kan ik gerust gebruiken voor het meer van Song Kul. Op meer dan 3000 meter hoogte ligt dit onwaarschijnlijk blauwe en rustgevende meer, te midden van groene glooiende heuvels en ruige bergmassieven. Nergens is de nomadencultuur levendiger dan hier; een korte wandeling rondom het yurt-kamp staat hoe dan ook garant voor boeiende ontmoetingen met de nomaden. Over een zeer vermoeiende maar evenwel prachtige route (waarbij we maarliefst vier passen van boven de 3000 meter moesten oversteken) reden we vervolgens in twee dagen de resterende 300 kilometer naar de Zijderoutestad Osh in het zuiden.

Vanuit Osh steken we de grens over naar Oezbekistan. Dat zullen we weten ook: iedere cent van elke valuta moet worden genoteerd, alle foto’s op mobiel en camera worden uitvoerig bestudeerd en wanneer de douanier in de Quest een advertentie voor een beautymerk opmerkt, wordt er gevraagd of we pornografie invoeren. Als dank voor onze medewerking krijgen we (meer dan een uur later) dan wel weer een appel cadeau van de douane. Niet bepaald een warm welkom dus! Tijdens de zeven uur durende rit naar de hoofdstad Tashkent worden we met regelmaat gestopt, omdat de politie de paspoorten wil registreren. Frustrerend, maar tegelijkertijd intrigerend. Zo krijgen we toch een beetje een idee van hoe de Sovjet-Unie moet zijn geweest voor toeristen.

Aan deze taferelen komt bepaald geen eind als we in Tashkent aankomen. Iedere keer als je de metro wil nemen, als je een openbaar gebouw betreedt: de tas moet open en het paspoort wordt gecontroleerd. Tashkent is een ronduit bizarre stad; de kortgeleden overleden president Karimov heeft de bevolking uitgebuit om enorme regeringsgebouwen, wegen en parken aan te leggen. Het is niet de bedoeling hier te recreëren, maar het land te eren; een enorme bronzen globe met Oezbekistan in het midden, een enorm parlementsgebouw in pseudo-Romeinse stijl, je kunt het zo gek niet bedenken. Interessant detail: bij elk ‘monument’ staan poseer-instructies, mocht je met deze ondingen op de foto willen. Het meest schokkende van dit alles is wellicht nog wel, dat deze parken de hele dag door royaal worden besproeid met water uit de rivieren die eigenlijk het al jaren in staat van ramp verkerende Aral-meer moeten voeden. Waar zijn we beland?

Een dagje in Tashkent is genoeg. Genoeg om een impressie van de stad te krijgen en genoeg om te weten hoe bizar een dictatuur kan zijn. Met nachttrein en taxi rijden we vervolgens door naar het 1000 kilometer westelijker gelegen Khiva. Khiva is alles wat Tashkent niet is: relaxed, authentiek en bovenal schitterend. Blauwe koepels, nauwe steegjes, lemen stadsmuren en een echte duizend-en-een-nachtsfeer kenmerken deze kleine stad. De overheidscontrole was ook hier aanwezig, maar dan op een meer prettige manier: tijdens ons bezoek was er een internationaal festival voor traditionele muziek gaande, waar de lokale bevolking niet zomaar naar binnen kon. Wij als toeristen werden echter schaamteloos naar voren getrokken door de dienstdoende agenten. Vanaf het dak konden we de optredens én de magische zonsondergang bewonderen!

De exotische skyline van de Oezbeekse stad Bukhara, ooit een belangrijk knooppunt op de Zijderoute
De exotische skyline van de Oezbeekse stad Buchara, ooit een belangrijk knooppunt op de Zijderoute

Vervolgens reizen we terug richting het oosten, naar Buchara en Samarkand. Beide steden zijn beroemd om hun prachtige architectuur uit de tijd van de Zijderoute. In Buchara word ik tijdens een eenzame wandeling uitgenodigd om bij iemand thuis thee te komen drinken en in Samarkand helpen we studenten hun Engels te oefenen terwijl we ons vergapen aan de pracht van het Registan-plein, dat ook wel de Taj Mahal van Centraal-Azië wordt genoemd. Later worden we zelfs uitgenodigd om deel te nemen aan  het overdadige feestmaal van een bruiloft. We worden in onze backpack-outfits aan een tafel gezet, tussen alle belangrijke mensen van Samarkand. Onze privéober brengt ons meteen de meest luxueuze gerechten en bezorgt ons bovendien bij iedere hap die we nemen een glaasje wodka. Hoewel bijna niemand Engels spreekt, laat dit wel zien dat Oezbeken (en Centraal-Aziaten in het algemeen) over het algemeen een bijzonder gastvrij en vriendelijk volk zijn.

Vanuit Samarkand reizen we per trein door naar Kazachstan, de laatste ‘Stan’ van onze rondreis. Een helse rit, die in totaal bijna 48 uur duurt. Via Tashkent stappen we over op een internationale nachttrein (zonder airconditioning terwijl het buiten 35 graden is) die maar liefst drie uur te laat vertrekt. Het passeren van de grens is weer een bijzonder tijdrovende en vermoeiende klus; aan beide kanten staan we twee uur stil. Alvast gaan slapen is er niet bij, want de chagrijnige douane wil onze paspoorten – en de onder onze bedden gelegen bagage – aan weer aan een uitgebreide inspectie onderwerpen. Wat doen we onszelf aan en waar zijn we in ’s hemelsnaam beland?

Tien uur na aankomst zaten we alweer in de nachttrein, na de middag in de woestijnstad Türkistan te hebben doorgebracht; een oord met 140.000 inwoners waar we de tijd doden met het slapen op de stoel van het enige café met airconditioning dat deze stad rijk is. Tegen alle verwachtingen in heeft de nachttrein die ons naar Almaty brengt wél airconditioning. Eerst maar wat slaap inhalen dus, al is dat lastig: vrijwel alle Kazachen in de volgeboekte trein zijn erg nieuwsgierig naar die vier blanken die hen komen vergezellen tijdens de 19 uur durende rit. Hoewel communicatie met woorden lastig is, wordt er gekaart, bier gedronken en Engels geoefend. Geoefend, want erg vlotten wil het niet. Toch krijgen we een beter beeld van het alledaagse leven in dit onvoorstelbaar grote land en is de treinrit een onverwacht hoogtepunt van de reis.

Almaty is, zeker in vergelijking met de rest wat we in Centraal-Azië hebben gezien, eenonmiskenbaar welvarende stad. Hier zijn wél de grote internationale winkelketens te vinden en rijden er veel dure auto’s rond. Almaty is in de Westerse wereld voornamelijk bekend vanwege het schaatsen; op de ijsbaan van Medeo, even ten zuiden van de stad in het Tien Shan-gebergte, zijn meerdere wereldrecords gereden. De omgeving van dit ijsstadion is prachtig én goed toegankelijk. Met een kabelbaan kun je stijgen naar een hoogte van 3200 meter voor een wandeling over rotsen en door de sneeuw. En dat midden in de zomer! Al met al is Almaty een heel fijne afsluiter van deze indrukwekkende en blikverruimende reis door een deel van de wereld dat, met recht, wel als the middle of nowhere wordt aangeduid.

De terugreis naar Nederland vanuit Kazachstan leidde ons min of meer verplicht langs Istanbul. Om visumtechnische redenen was het aantrekkelijk om daar even te blijven hangen. Tel daar bij op dat Istanbul van oudsher als het startpunt van de Zijderoute wordt gezien en er is eigenlijk geen reden meer over om géén nachtje te blijven! Ondanks het feit dat de Turkse coup amper twee weken voor onze aankomst plaatsvond, bleek Istanbul totaal niet onveilig over te komen. Integendeel, het was een hele bijzondere ervaring om tussen de feestende Turken op het Taksimplein te staan!

Ik zal me Centraal-Azië achteraf zeker niet herinneren als een comfortabele bestemming voor een onbezorgde vakantie. Nee, naar Centraal-Azië ga je op reis: onvervalste Sovjetbureaucratie, lange reisdagen over wegen die zo slecht zijn dat je het je nauwelijks kan voorstellen en frustrerende taalbarrières zijn net zo goed aanwezig als de ruige berglandschappen, blauwbetegelde moskeeën en nomadencultuur. Maar, zolang je dat kan zien als part of the fun heeft een reis naar Centraal-Azië potentie om weleens de mooiste reiservaring zijn die je ooit zult meemaken!

V.l.n.r.: Marin, Dion, Johnno en Wouter op het Registan in Samarkand, Oezbekistan
V.l.n.r.: Marin, Dion, Johnno en Wouter op het Registan in Samarkand, Oezbekistan

Bron kaart / source map: Daniel Feher (see Free World Maps.net).

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.