Op 10 maart jongstleden vond voor de twintigste keer het Geo Promotion Congres plaats. In het Noordlease Stadion dit keer geen voetbalwedstrijd, maar een dag gevuld met lezingen, workshops en een paneldiscussie omtrent het thema ‘van eigen bodem’. Centraal stonden hierin de Nederlandse voedselvoorziening, alsmede implicaties voor de immer actuele energietransitie. Girugten blikt middels dit artikel terug op het congres, kijkend naar de lessen die we leerden over het thema.

Voedsel: Nederland zelfvoorzienend?
Voedsel is uiteraard een van de basisvoorzieningen in het leven – zonder voedsel geen mensen, simpel gezegd. Op het gebied van onze voedselvoorziening is in de voorbije decennia veel gebeurd: de keuze is enorm, het aantal buitenlandse producten is gigantisch; de Nederlandse keuken is veel meer dan de welbekende aardappelen geworden. Die grote hoeveelheid import van voedsel, in combinatie met de status van Nederland als zeer grote speler qua voedselexport, zorgen ervoor dat er grote hoeveelheden voedsel van en naar ons land verplaatst worden. Dit gaat uiteraard gepaard met significante gevolgen wat betreft emissies van vervoersmiddelen. In het kader de milieuproblematiek, maar ook om onze afhankelijkheid van voedsel uit het buitenland te verkleinen, wordt er veel gesproken over hoe Nederland meer zelfvoorzienend kan worden: produceren voor de eigen markt, consumeren van het eigen land.

Die zelfvoorziening klinkt leuk, maar zou uiteraard grote gevolgen hebben. De variëteit van voedsel zou flink afnemen, aangezien we in Nederland niet in staat zijn om alle producten, die op dit moment in onze supermarkten liggen, zelf te produceren. Daarnaast werd op het congres door Petra Berkhout (agrarisch econoom wij Wageningen Economic Research) gesteld dat meer zelfvoorziening niet per definitie ook efficiënter is. Toch zou het in Nederland zeker wél haalbaar kunnen zijn om geheel zelfvoorzienend te worden, al zullen we geliefde buitenlandse producten dan vaarwel moeten zeggen. Of dat haalbaar en wenselijk is, is uiteraard een heel ander verhaal. Wat milieu betreft valt er qua voedsel desondanks een hoop te winnen, aldus Berkhout. Door ons voedselpatroon aan te passen naar een mindere consumptie in absolute zin en een over de gehele linie gezondere keuze. De vleesindustrie is een belangrijke actor voor milieuvervuiling en een kleinere vleesconsumptie zou daardoor al snel een gunstige ontwikkeling zijn.

Voedseltechnische zelfvoorziening is dus in theorie wel haalbaar, maar waarschijnlijk niet wenselijk. Berkhout heeft het daarom liever over een optimale productie per locatie in Nederland. Daardoor kunnen we efficiënter produceren, het milieu beter in ogenschouw nemen en hoeven we ons eetpatroon niet te beperken tot wat er op Nederlandse grond verbouwd kan worden. In de paneldiscussie werd tevens gemeld dat meer zelfvoorziening het landschap zelfs mooier kan maken: minder vleesproductie (een belangrijk exportproduct) en daardoor minder (mega)stallen. Desondanks zal Nederland wel producten voor het buitenland moeten blijven produceren om onze economie niet tekort te doen.

Energie: tussen hoop en vrees
De transitie van een energievoorziening op basis van fossiele brandstoffen naar groene en hernieuwbare energie is een thema dat Nederland en de rest van de wereld inmiddels meerdere decennia bezig houdt. Op het Geo Promotion Congres werd duidelijk gemaakt dat het begint bij het gedrag van de consument en wat zij willen. Door het gedrag van de consumenten te beïnvloeden in een meer milieuvriendelijke richting, kan worden getracht de energietransitie in een hogere versnelling te laten plaatsvinden. Er zijn echter niet alleen voordelen bij de geleidelijke transitie, zo wist Pieter Boot (hoofd sector Klimaat, Lucht & Energie bij Planbureau van de Leefomgeving) ons te vertellen. Hoe meer mensen van het traditionele energienet af gaan doordat ze middels zonnecellen minder netstroom nodig hebben, hoe groter de lasten worden voor zij die nog wél op de traditionele manier in hun elektriciteit voorzien. De transitie is, zo werd duidelijk, een immens complex proces waar veel meer bij komt kijken dan alleen het sluiten van oude energiecentrales en het implementeren van moderne technieken. Er valt in Nederland een hoop te winnen wat betreft de beleidsmatige kant van het verhaal, aldus Boot – de ambities zijn er echter wel, en dat is in ieder geval hoopgevend.

Regionale verschillen zorgen ervoor dat één nationale aanpak echter lastig is – er moet dus ruimte zijn voor regionale initiatieven. Desondanks is er natuurlijk wel een nationale strategie nodig om het geheel in goede banen te leiden – iets dat gek genoeg op dit moment nog ontbreekt. Er zijn, zo wist Pier Vellinga (hoogleraar aan de Universiteit Wageningen) ons te vertellen, voldoende mogelijkheden die kunnen worden aangegrepen, zowel op het gebied van energie alsook op het gebied van voedsel. Een breekpunt in de discussie over het implementeren van nieuwe energiemaatregelen is echter de schaal waarop dat dient te gebeuren. Grote projecten zijn efficiënter, terwijl implementatie op kleine schaal (inclusief burgerparticipatie) het draagvlak kunnen vergroten. Vellinga pleitte daarom voor het uitbouwen van het project van windenergie in de Noordzee, terwijl op land de kleinere initiatieven de voorkeur hebben. Ook in de paneldiscussie kwam naar voren dat zonder draagvlak de transitie geen succes kan worden. Projecten moeten daardoor altijd in het landschap passen – ‘zomaar iets neerzetten’ is niet mogelijk en ongewenst.

In de zoektocht naar zelfvoorziening qua energie wordt een hoop uitgeprobeerd. Een mooi voorbeeld van een energietechnische proeftuin is de gemeente Ameland, dat een volledige zelfvoorzienendheid in 2020 nastreeft. Door middel van een groot aantal projecten, sommigen uniek in de wereld, hoopt burgemeester Albert de Hoop over drie jaar onafhankelijk te zijn van het vasteland. Uiteraard betekent dat niet dat de energiekabel naar de rest van het land wordt doorgeknipt. Ameland ziet zichzelf als dé proeftuin in de energietransitie en hoopt dat geslaagde projecten op andere, evengoed geschikte, locaties verder kunnen worden uitgerold. Duurzaamheid begint bij jezelf, aldus De Hoop, en Ameland neemt daarbij het voortouw door zelf op avontuur te gaan.

Conclusies
Meer zelfvoorziening en vaart maken met de energietransitie, dat zijn eigenlijk de belangrijkste lessen die we hebben geleerd op het Geo Promotion Congres van 2017. Hoewel volledige zelfvoorziening niet wenselijk en eigenlijk ook niet haalbaar is, valt er op dit gebied nog een hoop te winnen. Dat is goed voor het landschap, het milieu en zorgt voor een zekere onafhankelijkheid wat betreft voedsel, één van de basisvoorzieningen voor de mens. De energietransitie gaat goed, maar kan voortvarender. Door effectiever beleid dat zich richt op zowel grote als kleine projecten kunnen we een volledig groene energievoorziening realiseren waar de Nederlandse bevolking vierkant achter staat. Succesvolle proeftuinprojecten kunnen op termijn landelijk worden uitgerold. De energietransitie betekent van zichzelf eveneens meer zelfvoorziening, aangezien we op termijn minder afhankelijk zijn van buitenlandse (fossiele) energie. De algemene toon van het congres over de toekomst was buitengewoon positief, maar het is nu wel de hoogste tijd om met z’n allen écht hard te werken aan een duurzame toekomst.

Foto: Geo Promotion.