Alka bracht enkele weken door in Nepal en zou nog enkele weken blijven maar besloot vanwege de aardbeving eerder naar huis te keren.
Alka zou enkele weken doorbrengen in Nepal maar keerde eerder naar huis vanwege de aardbeving. Deze foto werd voor de aardbeving plaatsvond genomen.

Door Alka Tiessink

Op 25 april 2015 werd Nepal getroffen door een verwoestende aardbeving met een kracht van 7.8 op de schaal van Richter. Alhoewel een aardbeving met een kracht van 9 tot 11.9 pas wordt gezien als ‘catastrofaal’ (een aardbeving met een kracht van 12 of hoger wordt gezien als ‘totale verwoesting’) is de noodtoestand uitgeroepen in het land en is er officieel sprake van een nationale ramp. Meer dan 8.500 mensen kwamen om en nog eens duizenden Nepalezen raakten gewond. De hoofdstad Kathmandu maar ook de nabijgelegen steden en dorpen zijn zwaar getroffen en liggen grotendeels in puin. Huizen zijn verwoest, voedsel raakt op en men vreest voor de uitbraak van ziektes. Het land, dat toch al bekend staat als één van de armste landen ter wereld, staat op zijn kop. De bevolking is verslagen en in paniek. Alka Tiessink, een 24-jarige studente Psychologie was in Nepal ten tijde van de eerste aardbeving. Op haar reisblog schreef zij een indrukwekkend verslag over het moment waarop de aardbeving plaatsvond en de spannende dagen hierna.

Slapend in de kleding die ik overdag ook droeg,  moneybelt om, een mijnwerkerslamp om de pols, de wandelschoenen klaar om in te springen, licht aan en de deur open: zo sliepen mijn reisgenootje Christiana en ik sinds 25 april. Dé dag dat Nepal werd opgeschrikt door een verwoestende aardbeving. Op het moment van de beving zat ik met mijn reisgenootje te mediteren en spraken we over karma. Hoe ironisch? De beving begon met een heel laag soort van roffelend geluid, vervolgens begon alles te trillen en bewegen. Wij hadden geen idee wat er aan de hand was en het deed mij herinneren aan het gevoel dat ik wel eens had toen ik nog op kamers in Groningen woonde. Net als veel andere studenten woonde ik in een vrij gammel huis en wanneer er een vrachtwagen in de straat voorbij reed begon ook alles te trillen. Ik zag de ernst van de situatie niet in totdat iemand riep: ‘’I think this could be an earthquake!’’ Naar aanleiding hiervan kwamen we in beweging en al snel sloeg de paniek toe. Niet bij iedereen: de eerste personen die naar buiten liepen namen nog rustig de tijd om hun slippers bij elkaar te zoeken en aan te doen. De meditatiesessie vond plaats in een gebouw op palen, hoog tegen een heuvel aan. We moesten een trap omhoog om binnen te komen; niet de plek waar je het snelst op een veilige plek bent in het geval van een aardbeving.

We stonden na een (lange) minuut buiten op een grasveldje tussen vier hoge muren. Niet de veiligste plek maar we waren in ieder geval buiten. Onze meditatielerares wist ons niet echt te vertellen wat we nu het beste konden doen dus ging in mijn hoofd de schakel om: “Oké, ik moet dus zelf gaan beslissen hoe ik mezelf in veiligheid ga brengen.” Nog geen half uur later begon de grond weer enorm te trillen. Dit keer wisten we direct wat er aan de hand was en doken we dus naar de grond. We zijn erg bang geweest en hadden eigenlijk geen idee van de omvang van het hele gebeuren. Toen de tweede beving voorbij was pakten Christiana en ik onze telefoon en moneybelt met paspoort, dollars, creditcard en verzekeringspapieren en snelden we ons naar een restaurant wat later onze ‘safe zone’ zou worden. Het was een restaurant met werkende wifi, een groot open terras vlakbij het water en een grasveld: genoeg open ruimte om naar toe te vluchten in het geval van een nieuwe beving. Zo snel als we konden stelden we onze families op de hoogte. Het nieuws over de aardbeving had hen vast nog niet bereikt en dat wilden we voor zijn. “Pap, een heftige aardbeving in Nepal. Ik ben oké. Stel opa en oma alsjeblieft snel op de hoogte. X”. Achteraf zijn ze ons ontzettend dankbaar geweest voor onze snelle berichten.

”Er ontstonden geruchten over nog meer bevingen (nog heftiger) en dat we ons voor moesten bereiden op het ergste.”

Vanaf het moment van de aardbeving tot aan het thuiskomen hebben we nauwelijks slaap gehad. Hoogstens 8 uurtjes in 6 dagen waarvan de meeste uren tijdens onze overstop in New Delhi zijn geweest, op onze weg naar huis. Ondanks dat wij in het relatief veilige Pokhara zaten, zijn we bang geweest. Met name omdat we niet wisten wat er nog komen zou. Communicatie in Nepal was er nauwelijks. Wij waren afhankelijk van de informatie die Nederland bereikte en zo weer via onze familie bij ons terecht kwam. Er ontstonden geruchten over nog meer bevingen (nog heftiger) en dat we ons voor moesten bereiden op het ergste. Ik ging nergens meer heen zonder mijn moneybelt, de belangrijkste papieren en wat geld: zelfs niet naar de wc. We hadden ook een rugzak klaargezet met daarin dingen om een paar dagen te kunnen overleven. Deze zouden we echter alleen meenemen als dat veilig genoeg zou zijn; je bent toch sneller zonder rugzak… We hadden een vluchtroute bedacht van het meditatiecentrum naar een open grasveld. We verlieten het meditatiecentrum alleen nog via die weg zodat we de route goed onder de knie zouden krijgen. Het was een weg met veel trappen en veel losse stenen maar deze weg zou ons hoe dan ook het snelst op een veilige plek brengen.

We kregen het advies vanuit Nederland om vooral te blijven waar we waren dus dat deden we. Toch stonden we ieder moment van de dag en nacht klaar om te rennen voor ons leven. Tussen de meditaties door (die overigens niets meer uithaalden) verbleven we in het restaurant aan het water. We kwamen daar zo’n drie keer per dag en de bediening lachte ons steevast vrolijk toe. Dat is ook zoiets: zij waren dag in dag uit aan het werk in het restaurant, soms niet eens wetende of hun families in orde waren. En de Nepalezen bleven altijd lachen en altijd vriendelijk.

Alka en Christiana voor de aardbeving
Alka en Christiana voor de aardbeving

Tijdens onze cursus waren we goed bevriend geraakt met een Canadees stel en we brachten bijna al onze tijd met hen door. Het meisje van het stel was iets banger aangelegd dan wij en wilde eigenlijk ook niet meer in het meditatiecentrum slapen omdat het boven op een heuvel lag. Op een avond waren we in het restaurant informatie aan het opzoeken over de aardbeving toen ons werd aangeboden om het restaurant te slapen. In Pokhara sliepen veel mensen al op straat uit angst bedolven te worden onder het puin en de restauranteigenaar bood ons nu onderdak op een veilige plek. Het Canadese stel, samen met veel anderen, namen het aanbod aan en maakten hun ‘bedjes’ klaar op de grond van het restaurant. Christiana en ik wilden toch proberen nog wat slaap te krijgen en hadden onze ontsnaproute zo vaak geoefend dat we toch besloten in het meditatiecentrum te slapen. Die nacht zijn we de hele tijd wakker geweest van alle naschokken. Ze waren niet heel heftig maar ze houden je toch wakker. Het stel in het restaurant heeft ook geen oog dicht gedaan.

Nog steeds waren we er van overtuigd dat in Pokhara blijven de beste en veiligste optie was. We verdreven de dagen een beetje door rond te dwalen, niet echt wetende wat te doen. We hebben onze hulp aangeboden bij drie ziekenhuizen in Pokhara omdat het gerucht ging dat de gewonden uit Kathmandu daar naar toe zouden komen. Ze hadden onze hulp echter niet nodig, het was nog vrij rustig in het ziekenhuis. We probeerden andere dingen te bedenken om de slachtoffers te helpen zonder zelf in gevaar te komen maar in Pokhara was het tot op die momenten rustig. We hebben veel contact gehad met het thuisfront en dat was voor beide partijen erg fijn. Totdat er opeens een bericht binnen kwam via Whatsapp van mijn oom en tegelijkertijd van Christiana’s vader: of we niet alsjeblieft zo snel mogelijk op het eerst volgende vliegtuig naar Nederland wilden stappen. Alhoewel we eerst allemaal van mening waren dat wij geen prioriteit waren en dat de toeristen uit Kathmandu en de Mount Everest regio eerst geëvacueerd moesten worden, werd er nu toch van ons thuisfront gevraagd onszelf als prioriteit te zien. We raakten in de war. Toen de berichten binnenkwamen over mogelijke uitbraak van ziektes sloeg de sfeer echter snel om en zijn we samen met 3 andere Nederlanders de hele nacht bezig geweest met het organiseren van onze terugreis naar Nederland.

Met (bijna) lege tassen vertrokken we de volgende ochtend met een jeep naar het vliegveld van Kathmandu. Dit was erg spannend want we wisten niet wat we daar aan zouden treffen en hoe de wegen eruit zouden zien. We reden tenslotte midden over het epicentrum van de beving. De reis verliep echter voorspoedig. Des te dichter we bij Kathmandu kwamen, des te grimmiger de sfeer. Mensen woonden onder grondzeilen, waren bezig met het opruimen van de wrakstukken. We zagen bussen die uitpuilden van mensen die hun toevlucht in India gingen zoeken, zagen half ingestorte huizen of huizen die gelijk waren gemaakt met de grond. We hadden onze gids gevraagd om het centrum te vermijden, bang zijnde voor wanhopige mensen die ons als toeristen zouden overvallen maar onze gids wilde ons toch graag laten zien wat er nog over was van Kathmandu. Dus reed hij een ‘toeristische route’. Alhoewel hij ons bijna trots zijn stad liet zien (dat wat er nog van over was) merkten we dat hij erg aangedaan was door wat er allemaal was gebeurd.  Het was alsof hij ons nog even extra wilde wijzen op hoe verschrikkelijk de situatie was en hoe hard Nepal onze hulp nodig heeft.

Ik was met name bang voor wat we op het vliegveld zouden aantreffen; chaos, verdriet, wanhoop of frustratie? Maar het was er rustig, het was niet zo druk als verwacht. Buiten stonden wel veel tentjes waar mensen overnachtten terwijl ze wachtten op een beschikbare plaats in een vliegtuig. Iedereen wilde weg van hier. De sfeer wisselde erg tijdens de negen uur durende wachttijd. Van rustig naar druk en grimmig en weer wat rustiger. Ik ben blij dat wij uiteindelijk niet hebben hoeven overnachten op het vliegveld, alhoewel dat niet gelijk duidelijk was. Vlak nadat Christiana en ik onze slaapzakken hadden weggegeven, kregen we te horen dat het Nederlandse vliegtuig niet kon landen in Kathmandu. Gelukkig was er snel een oplossing en konden we mee met een militair vliegtuig van België naar België.

Het plan was dat we van Kathmandu naar New Delhi zouden vliegen en vanaf daar door naar Brussel. Onderweg zouden we twee keer stoppen om te tanken. Dat klonk goed. De tussenstop in New Delhi duurde echter 20 uur. Maar de Belgen hadden het allemaal netjes geregeld! We kwamen terecht in een super luxe hotel, wat de situatie eigenlijk nog schrijnender maakte. Omdat we echter al zo’n zes dagen niet hadden geslapen en op het punt van een emotionele instorting stonden, doken we toch (met gemengde gevoelens) lekker in bed. Na vijf uurtjes slapen was het alweer tijd om uit te checken en moesten we nog de hele dag in het hotel wachten. Onze vlucht zou rond middernacht vertrekken.

En waar praat je dan over tijdens het wachten? Als lotgenoten trek je naar elkaar toe en probeer je elkaar te helpen. Soms werkt dat het beste door het over andere dingen te hebben. Door te praten over de tijd voor de aardbeving. Met lotgenoten kan dit, omdat beide partijen voelen en weten dat de ander door dezelfde shit is gegaan. Thuis praten over koetjes en kalfjes, dat lukte me de eerste week na thuiskomst echt niet. Ik wil het ook niet steeds over Nepal hebben, maar praten over de dagelijkse bezigheden… Dat ging echt nog niet. Dan zei ik liever niks.

”Terwijl ik pap huilend in de armen viel, stonden er 3 grote camera’s op mijn neus waarmee weet ik veel hoeveel foto’s zijn genomen.”

Na onze overstop werden we naar het vliegveld in New Delhi gebracht en daar begon het lange wachten opnieuw. Het duurde ongeveer zes uur voordat we daadwerkelijk opstegen vanuit India. We waren nu echt op weg naar huis. Eenmaal in Brussel kwam het volgende obstakel: de Belgische pers. In eerste instantie zouden we met een Jordanees vliegtuig in Rotterdam landen. Daar zou maar één persoon ons mogen ophalen. Buiten het vliegveld zouden andere familieleden en/of vrienden mogen wachten. Er zou geen pers aanwezig zijn maar wel slachtofferhulp of andersoortig psychologische hulp. Echter, toen we op 30 april in Brussel door het vliegtuigraampje naar buiten keken zagen we een balkon volgeladen met Belgische pers en hier en daar wat ouders en/of geliefden. Christiana en keken elkaar aan, haalden diep adem, sloegen onze armen om elkaar heen en gingen de massa tegemoet. De deuren gingen open en we werden verblind door de flitsen van camera’s. We moesten ons door de menigte heen worstelen om onze ouders te vinden. Terwijl ik pap huilend in de armen viel, stonden er 3 grote camera’s op mijn neus waarmee weet ik veel hoeveel foto’s zijn genomen. Op dat moment kon het me niet heel veel schelen maar ik merk dat ik er nu nog vaak aan terug denk. Het was echt heel heftig. Psychologische hulp was overigens niet aanwezig.

We zijn nu bijna twee weken verder en Nepal is vanochtend opnieuw getroffen door een aardbeving: een 7.3 op de schaal van Richter. Huizen die de eerste beving en naschokken hebben overleefd, zijn nu ingestort. Er zijn nog meer gewonden en nog meer doden. Het houdt niet op. Het is ontzettend verdrietig dat de bevolking van Nepal, die al zo weinig heeft, (weer) getroffen wordt door zo’n natuurramp.

Na het puinruimen zal de bevolking van Nepal kunnen beginnen met de wederopbouw van het land. Hierbij kunnen ze jouw hulp goed gebruiken. Wil je een financiële bijdrage leveren? Alka is samen met haar reisgenootje Christiana een fundraiser gestart. Als je hieraan wilt bijdragen, kun je contact opnemen met Christiana van Lammeren,  via het e-mailadres cjvanlammeren@gmail.com

foto bovenaan artikel: nrc.nl